Dubbel aantal monteurs in ondergrond nodig

    Wil de energietransitie geen vertraging oplopen en de klimaatdoelen worden gehaald, dan moet het aantal monteurs in de ondergrondse infrasector de komende jaren verdubbelen. Dat stelt voorzitter Harold Lever van de Vakgroep Ondergrondse Netwerken en Grondwaterbeheer (ONG). Lever is tevreden met de forse toename van de instroom van jongeren bij ROC’s voor de opleiding tot infratechniek-monteur. “Maar het blijft spannend of de capaciteit die nodig is voor het uitvoeren van alle klimaatplannen op tijd klaarstaat.”

    Met de van het gas af-doelstelling van het kabinet staat de ondergrondse infrasector voor een enorme opgave die infrastructuur klaar te maken voor de overstap van fossiel naar duurzaam. En het creeërt een grote behoefte aan meer geschoold personeel. “Het welslagen van de energietransitie wordt steeds meer een kwestie van beschikbaarheid van vakmensen”, voorziet Lever. “In onze branche werken we nu met tienduizend monteurs, maar dat aantal moet verdubbelen. En willen we over vijf jaar op volle sterkte zijn, dan moet die verdubbeling ook in vijf jaar gebeuren.”

    De eigen-bijdrage die de kabels- en leidingensector voorstelt voor het halen van de klimaatdoelstellingen betreft een combinatie van pandgebonden oplossingen, zoals enerzijds isolatie en warmtepompen en anderzijds alternatieve warmtebronnen zoals geothermie. De Vakgroep ONG heeft deze ‘visie’ namens de branche bij de lopende onderhandelingen voor het Klimaatakkoord ingebracht aan de sectortafel gebouwde omgeving. Lever: “Gelet op de respons die we krijgen, verwachten we dat dit wel in het eindresultaat gaat landen. Maar dan blijft er dus nog een spannende uitdaging en dat is de arbeidscapaciteit die nodig is om al die mooie plannen uit te voeren.”

    Een succesvol initiatief van de Vakgroep ONG voor het wegwerken van het tekort aan monteurs noemt Lever de Stichting BLEI (branchesamenwerking leermiddelen en examenproducten infratechniek). Samen met elf partner-ROC’s zorgde BLEI ervoor dat het aantal monteurs in opleiding in twee jaar tijd van vijfhonderd steeg naar meer dan duizend. “En dat aantal neemt nog steeds toe”, aldus Lever. Hij stelt vast dat de branche goed staat aangeschreven bij jongeren: “Het is relatief onafhankelijk werk, waarbij mensen worden opgeleid in een werksituatie en dus direct al een basissalaris ontvangen. Dat spreekt veel jongeren aan.”

    Lever wijst erop dat gasloos bouwen van nieuwbouwwoningen wel al in de lift zit, maar dat bij bestaande woningen ‘van het gas af’ nog nauwelijks speelt. “Er ligt wel een kabinetsplan om negentig bestaande wijken gasloos te herontwikkelen, om zo werkenderwijs te leren welke oplossing wel werkt en welke niet. Dat plan ondersteun ik van harte, want daarmee voorkom je dat je mensen opleidt maar die kennis vervolgens niet kunnen toepassen.”

    Lever meldt ook dat de Vakgroep ONG met de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) overlegt over certificering van aannemers in de ondergrondse infrastructuur. “Er is nu ook een aantal niet-leden actief in de ondergrond die bij de aanleg van dingen ook fouten maken. Dat baart ons als vakgroep zorgen, ook omdat bedrijven die wel lid zijn niet altijd de goedkoopste zijn omdat ze een bepaalde professionaliteit handhaven.” Hij roept de overheid op in het vergunningenbeleid hier meer aandacht voor te hebben, bijvoorbeeld door het stellen van meer eisen.

    Bron: Bouwend Nederland